Nieuws: de kwestie rond de zogenaamde taxatie van Jan Altink

In recente artikelen schrijft NRC over de uitspraak van het tuchtbehandelaars van de TMV. Er wordt geoordeeld dat Simonis & Buunk onprofessioneel zou hebben gehandeld in de zaak rond het schilderij ‘De hooiers’ van Jan Altink.

NRC en tuchtbehandelaars blijven er maar vanuit gaan dat het schilderij getaxeerd zou zijn. Dit is louter gebaseerd op de enkele beweringen van de sportjournalist. Er is daarvan door hem geen enkel bewijs geleverd. Logisch, want er heeft géén taxatie op het schilderij plaatsgevonden. 

Er wordt bovendien geoordeeld dat Simonis & Buunk het bod vooraf had moeten delen met de om taxatie verzoekende sportjournalist. De nieuwe norm van de Federatie van Taxateurs is dat elke taxatieverzoeker gerechtigd lijkt tot alle informatie, in verband met transparantie, zelfs zonder dat er een taxatieovereenkomst is. Dit lijkt ook zo te zijn bij de KVHOK.

Natuurlijk doet een handelaar dat niet. Hij houdt een bod strikt discreet en anoniem en dat is niet verboden; iedereen mag anoniem op een veiling bieden. De interesse van een handelaar zou de prijs doen oplopen, derden denken dan: als een handelaar interesse heeft, moet het wel wat zijn. En de handelaar moet dan tegen zichzelf gaan opbieden. 

Simonis & Buunk zat al lang op het vinkentouw en was een maand tevoren, voordat zij op 30 oktober 2020 door de sportjournalist werd benaderd en voordat het op de veiling kwam, al bekend met de verkoop en verkoper van het schilderij [bewijsstuk]. De hooiers is daarna rechtmatig door Simonis & Buunk gekocht in de aftersales. De rechtbank bevestigt de hele gang van zaken, zie hieronder.

De fout die de tuchtrechters elke keer maken is dat zij uit het oog verliezen dat de sportjournalist zich bij Simonis & Buunk niet bekend heeft gemaakt als potentiële koper.

Door op de taxatie aanvraag te vermelden ‘erfstuk’ werd eerder de suggestie gewekt dat er sprake was van verkoop dan van aankoop. Wanneer de sportjournalist transparant (voor een journalist toch wel een vereiste, zou je zeggen) was geweest en had gemeld in welke hoedanigheid hij zich tot Simonis & Buunk wendde, dan had Simonis & Buunk geweten, dat zij te maken had met een potentiële koper en had zij meteen kunnen zeggen, dat van een taxatie geen sprake kon zijn en was deze hele affaire nooit ontstaan.

Overigens bleek, achteraf, dat de sportjournalist het schilderij niet eens (voor het bedrag, waarvoor de eigenaar het op een veiling had ingebracht en het in de aftersales was gekomen) had kunnen betalen.

Ondanks het feit, dat de eigenaar het schilderij reeds had verkocht aan Simonis & Buunk, bemiddelde de sportjournalist bij de verkoop aan een ander en het is met betrekking tot deze verkoop, dat de eigenaar door de rechtbank Gelderland is teruggefloten.

Maar door taxatie van een ‘erfstuk’ te vragen, vroeg de sportjournalist in feite een inkoopadvies. Dit wordt natuurlijk nooit mondeling gegeven, daarvoor is een professioneel onderzoek nodig met dienovereenkomstig veel hogere kosten. In het korte, daarop volgende telefoongesprek op maandag 2 november 2020, ging Simonis & Buunk daarin dus niet mee. In plaats daarvan is in het kort een algemene marktbeschrijving gegeven: de geveilde schilderijen van Jan Altink hebben de laatste acht jaar op veilingen (2013-2020), getuige websites met openbare opbrengsten, niet meer dan 15.000 euro opgebracht. In de heat of the moment heeft de sportjournalist, kennelijk en ten onrechte, hier een waarde van het schilderij uit opgemaakt. Dat hieruit een taxatie is afgeleid is geenszins de bedoeling. 

En natuurlijk huldigt S&B het algemene standpunt dat vermenging van functies taxatie en inkoop ‘not done’ is. Reden waarom het schilderij dan ook niet getaxeerd is.   

Verkoper ‘De Hooiers’ moet schadevergoeding betalen aan kunsthandel

Samenvatting: De kwestie rond de zogenaamde taxatie van Jan Altink

Uitgebreide beschrijving: De gang van zaken rondom zogenaamde taxatie