‘De hooiers’ van Jan Altink

Mag de kunsthandelaar tijdens zijn koopproces tegelijkertijd taxeren?

Nee, maar dat is ook niet gebeurd. Het schilderij ‘De hooiers’ van Jan Altink is door Simonis & Buunk voor niemand getaxeerd omdat zij – al veel eerder – zou bieden en geboden heeft. 

Simonis & Buunk is ervan overtuigd integer gehandeld te hebben. De kunsthandel heeft de taxatieopdracht nooit aanvaard, hetgeen onderdeel is en dient te zijn van elke taxatieopdracht. Het is jammer dat de media vóór de start van de bodemprocedure 14 oktober a.s. uit loopt. Simonis & Buunk heeft alle vertrouwen in om deze procedure positief af te sluiten.

Hieronder vindt u een schets van de gang van zaken rond aankoop en ‘taxatie’ van ‘De hooiers’ van Jan Altink uit 1925. 

‘De hooiers’ van Jan Altink uit 1925

De aanleiding

Op 30 september 2020 wordt aan de (1e) koper (hierna: ‘de kunsthandelaar’) een schilderij ter taxatie aangeboden. Het betreft De hooiers van Jan Altink uit 1925. Op het schilderij zijn twee boeren te zien, druk in de weer met de hooioogst. In het midden een paard, het geheel geschilderd in overtuigende lila-roze kleuren en een knaloranje zon die ondergaat boven het Groninger land. Aanbieder is een Australische particulier met Nederlandse roots uit Klarenbeek, nabij Apeldoorn. Hij krijgt meteen antwoord en wordt ook dezelfde dag uitgenodigd het schilderij te komen laten zien maar er volgt geen reactie…

Enkele weken later, in oktober 2020, verschijnt het werk op veilingplatform Kunstveiling.nl, startprijs: € 30.000,- excl. 15% opgeld. Het wekt grote belangstelling van de kunsthandelaar. Hij heeft in die weken veel gekocht en schuift nieuwe, dure aankopen nog even voor zich uit. Wel houdt hij het kavel van de Altink in de gaten. Als er op geboden wordt, dan zal hij inspringen en biedt over het bod heen. Dat gebeurt niet. De biedingen blijven uit, het wordt virtueel als ‘onverkocht’ afgehamerd en komt in de aftersale voor € 30.000,-. Er lijken op deze internetveiling – van voornamelijk hedendaagse kunst en lithografie – onverwacht geen kapers op de kust, de handelaar heeft even de tijd en met een beetje geduld en geluk stelt de verkoper zijn verwachtingen en prijs ook nog bij.

Twee taxatieverzoeken

Ondertussen komt op het kantoor van de kunsthandelaar een (spoed)taxatieverzoek binnen van sportjournalist Herbert Dijkstra. Zijn naam wordt herkend; eerder in die week stuurde hij namelijk foto’s van een schilderij van Wim Oepts (1904-1988) ter beoordeling dat vals is. Deze Oepts wilde de sportjournalist laten taxeren omdat hij het overwoog aan te schaffen op eBay, wat hij ondanks het taxatieoordeel ‘vals’ ook gedaan heeft (zie een uitzending van RTV Drenthe (10 juni 2021, na minuut 1:59). Hij was het vertrouwen in de kunsthandel verloren, hechtte daarom geen waarde meer aan hun oordeel en kocht de valse Oepts toch. Natuurlijk heeft Simonis & Buunk niet (tot driemaal toe) geboden op een valse Oepts, wat NRC in de laatste alinea suggereert. 

In ieder geval lijkt Dijkstra bijzonder tevreden over de geleverde dienst van de kunsthandelaar. In zijn nieuwe aanvraag brengt hij ‘hulde aan de service’ voor de spoedtaxatie van ‘een mogelijke Wim Oepts’ en doet hij ‘daarom nogmaals een verzoek voor een spoedtaxatie’. Dit keer betreft het, naar zijn zeggen, een ‘erfstuk’ van… Jan Altink: De hooiers uit 1925. Het tarief dat bij een spoedtaxatie hoort is € 125, maar hij maakt € 85 over en verwacht een spoedige reactie. Sinds jaar en dag wordt een mondelinge taxatie pas in behandeling genomen nadat het bedrag is ontvangen op een goede-doelenrekening. Een volledige betaling blijft uit. 

Tegenstrijdige belangen

‘Ik moet passen voor deze taxatie’, zegt een medewerker van de kunsthandel. ‘De belangen zijn tegenstrijdig: wij bedienen een taxatieklant met advies terwijl we zelf al een maand een oogje op het kunstwerk hebben’. Tegelijkertijd geldt: het teruggeven van een taxatie zal doen veronderstellen dat er aankoopbelangstelling is vanuit de kunsthandel. Aan weigering van de taxatieopdracht verbindt een goed verstaander – die een ervaren journalist is – ook een antwoord. Temeer omdat de inbrenger geen volledig tarief betaalt, bespreekt de kunsthandelaar met zijn medewerker dat 1) de echtheid van het schilderij wordt bevestigd  2) het conditiegebrek gemeld wordt: de zogenaamde spieraamdoorslag die vanaf de foto goed te zien is en 3) voor wat betreft de waarde het algemeen te houden door te zeggen wat goede werken van Jan Altink de laatste 7-8 jaar op veilingen opbrengen. Zo’n marktschets is eenvoudig online na te zoeken en de medewerker wijst hiertoe de weg: alle aangeboden werken van Jan Altink zijn op de veilingen onder de € 15.000,- grens (excl. opgeld) gebleven.

‘Erfstuk’

Deze schatting ligt in de lijn met wat de successiewaarde van een erfstuk – wat dit heette te zijn – zou kunnen zijn, want een verzekeringswaarde ligt doorgaans op het dubbele of nog hoger. Ook was de informatie conform de schatting van de veilingmeester van Kunstveiling.nl, namelijk € 10.000-15.000,-, maar de eigenaar bleef ruim het dubbele vragen, waar hij overigens gelijk in had.

Het is opmerkelijk dat de sportjournalist kiest voor taxatie bij deze kunsthandel – de actiefste kunsthandel die in de afgelopen zeven jaar vrijwel alle mooie stukken van Altink op de openbare markt kocht. Voor de taxatie van het zogenoemde erfstuk dat zijn erfstuk niet is. Een particulier bood het immers een maand eerder bij dezelfde kunsthandel ter beoordeling aan en het stond later twee weken te koop op een openbare veilingsite. Op het moment van de aanvraag heeft de kunsthandel 31 schilderijen van Jan Altink in de verkoop, ook op de website, waarmee zij de grootste vertegenwoordiger van Altink is. Via alle kanalen probeert de kunsthandelaar Altinks werk te bemachtigen. Door voor deze kunsthandel als koopman-taxateur met een onvolledige fee van € 85 te kiezen in plaats van voor een inkoop adviserende makelaar via de Federatie TMV (waar doorgaans een fee voor staat van 10 tot 15% van de transactiewaarde) dacht de journalist ‘waar’ voor zijn geld te krijgen en kwam hij zo in het vaarwater van de handelaar…

Anoniem

Ondertussen gaan enkele andere kostbare schilderijen in de kunsthandel ‘over de toonbank’ en besluit de kunsthandelaar de Altink after sale (in de naveiling) te kopen. Op zaterdag 31 oktober geeft de kunsthandelaar aan de medewerker van Kunstveiling.nl zijn bod door van € 27.000,- exclusief 15% opgeld (samen € 31.050,-) en deelt als gebruikelijk mee graag anoniem te willen blijven, dit ter voorkoming van ‘meelifters’ die instappen zodra een bekende kunsthandelaar interesse toont. Het is niet de kunsthandelaar, maar de veilingdirecteur zelf die aan de kunsthandelaar het pseudoniem ‘Slim’ toekent.

Verboden onderhandeling

Wat schetst de verbazing als de medewerker van de kunsthandelaar daags na het weekend op 2 november telefonisch contact zoekt met de sportjournalist, die op dat moment bij de verkoper van het schilderij van Altink in huis is. In Klarenbeek nabij Apeldoorn. De sportjournalist is daar om het schilderij te bekijken en eventueel tot zaken te komen. De eigenaar had zijn adres op de site geplaatst. Dit onderlinge treffen is van zowel verkoper als potentiële koper volstrekt in strijd met de veilingvoorwaarden van kunstveiling.nl. ‘Dat is logisch want anders wordt het schilderij na de veiling teruggetrokken en ontwijkt de verkoper de verschuldigde veilingcommissie’, aldus Arthur Brouwers, directeur van de veiling. Alle communicatie moet via het veilingplatform.

Alles behalve taxatie

De medewerker vertelt in het telefoongesprek van 2 november met de sportjournalist over de echtheid, de conditie en geeft als afgesproken een schets van de afgelopen zeven jaren waar Altink geen hogere veilingprijs opbracht dan de hoogste netto schattingen van € 10.000-15.000,-.  ‘Er is € 27.000,- geboden’, aldus de verbaasde journalist tegen de medewerker. Met verwijzingen naar opbrengstarchieven geeft de medewerker – conform plan – de actuele veilingopbrengsten aan van wat de Altink-markt de afgelopen zeven jaar doet. Natuurlijk wist de medewerker dat zijn werkgever, de kunsthandelaar, die € 27.000,- twee dagen eerder had geboden, maar is hij verplicht dit te delen met een nieuwsgierige ‘indringer’? Die onder valse voorwendselen een taxatie vraagt van een ‘erfstuk’ om een inkoopadvies te krijgen in plaats van een richtlijn voor de erfbelasting?

Het was nota bene een vraag aan de marktleider in werk van deze schilder met de grootste verkoopcollectie op internet. En dat wist de sportjournalist ook wel door via de taxatiebutton op dezelfde website het formulier in te vullen met een (spoed)taxatieverzoek. De kunsthandelaar had zijn medewerker expliciet de opdracht gegeven: ‘doe géén taxatie op het stuk zelf! We verklaren alleen het schilderij echt en mooi, vertellen over het conditionele mankement, maar we doen geen taxatie en zeker geen inkoopadvies op het schilderij zelf.’ De kunsthandel heeft ‘inkoopadvies’ niet op zijn menu; zij kopen zelf. Voor inkoopadvies moet je bij een kunstmakelaar zijn, die voert een inkoopadvies discreet uit voor ca. 10-15 % van de transactiewaarde.

Na het eerste telefonische gesprek over de ‘pseudotaxatie’ met de medewerker op maandag 2 november besluit de sportjournalist af te haken. De journalist raadt de Australische verkoper aan het bod van € 27.000,- te accepteren. De verkoper accepteert hetzelfde uur het bod van de kunsthandelaar via de veilingsite. De kunsthandelaar heeft De hooiers  gekocht en maakt het geld van € 31.050,- over naar de bankrekening van de veiling. Het enige dat rest is de levering, iets dat volgens de veilingvoorwaarden van kunstveiling.nl koper en verkoper met elkaar moeten afwikkelen.

De sportjournalist wordt onsportief

Twee of drie dagen na de legitieme koop van de kunsthandelaar – over en weer bevestigd op internet – belt de sportjournalist opnieuw naar de medewerker van de kunsthandel over de zogenaamde taxatie. Hij wil het hele verhaal opnieuw horen en stelt de medewerker indringende vragen.  Terwijl qua verkoop ‘het doek al is gevallen’; het doek van Jan Altink is verkocht.

Hij blijkt spijt te hebben en probeert alsnog het schilderij te bemachtigen voor, naar verluidt, € 30.000,- plus opgeld. Hij is namelijk in de boze veronderstelling dat de kunsthandelaar de koper kon zijn en spant met de verkoper en een collega-journalist van Undercover in Nederland samen. Ze fingeren dat er geleverd wordt en de directie van Kunstveiling.nl maken – voor niets – een afspraak om het schilderij, vanuit Amsterdam, af te halen nabij Apeldoorn om het schilderij later bij de kunsthandelaar te bezorgen. Ter plaatse staan directeur en medewerker van Kunstveiling.nl voor het voldongen feit dat er niet geleverd wordt. Ze krijgen pas geleverd als de naam van de koper wordt onthuld. Maar na het noemen van de naam van de kunsthandelaar kregen zij het schilderij niet mee… Met ‘een kater’ gingen ze weer naar Amsterdam. Waarom wel een afspraak maar geen levering?

De koopman

En dan gebeurt er iets vreemds: volgens zijn advocaat koopt vervolgens niet de sportjournalist, maar een derde het schilderij via de sportjournalist bij de verkoper. Voor € 34.000,- all in. Deze vriend van de sportjournalist betaalt ook en zo probeert de journalist via een omweg alsnog het schilderij te bemachtigen.

De verkoper wilde liever niet aan de handel verkopen en de sportjournalist wilde ook buiten de handel om zaken doen, was onzeker over de Altink, dacht daarom dé kenner met meer dan 40 jaar ervaring om advies te vragen en liet zijn verliefdheid wegnemen door een marktschets van een medewerker, zonder ervoor de gebruikelijke 10% commissie te betalen (de sportjournalist kreeg zijn € 85,- teruggestort). Zogezegd: hij wilde ‘voor een dubbeltje op de eerste rang’. Een koopman handelt anders. Die voelt zich niet belemmerd om te bieden en een koop te sluiten als anderen toekijken. Koopman-zijn is avonturieren, een beroep, net als bij voetbal, ook met de nodige schijnbewegingen. Bovendien mág een professionele kunsthandelaar geen geld aannemen om vervolgens niet te bieden. Dat is volgens de ACM mededingingsrechtelijk een ‘verboden handeling’. 

‘Aflevering’ op de parkeerplaats

Na pogingen van Kunstveiling.nl om het schilderij te laten leveren en herhaaldelijke telefoontjes van de kunsthandelaar, maakt een zogenaamde neef van de verkoper een afspraak met de kunsthandelaar voor levering op vrijdag 13 november. Dit gaat gebeuren op een parkeerplaats bij een restaurant in Apeldoorn. De Australische verkoper zal erbij zijn, maar omdat hij het Nederlands niet goed machtig is laat hij zich bijstaan. Maar als de kunsthandelaar arriveert is de Australiër er niet en heeft ‘neef Dave’ het schilderij niet bij zich. Wel collega-journalisten van de sportjournalist, met camera’s van het programma Undercover in Nederland, om zo onder levering vandaan te komen. De kunsthandelaar krijgt te maken met overvaljournalistiek, een methode die volgens de journalistieke code pas het gevolg hoort te zijn van normale ‘vraag en wederhoor’. Dat is onder journalisten de norm, die hier omzeild wordt. Simonis & Buunk heeft geen aanbod tot extra wederhoor gekregen, zoals NRC suggereert. Sterker, in de uitzending op SBS 6 vraagt de kunsthandelaar of hij ‘nog iets mag zeggen’, maar wordt hem de mond gesnoerd door de presentator. 

Omgekeerde wereld

Na de undercoveractie slaat de sportjournalist verder om zich heen, beklaagt zich waar hij kan en nam aldus een collega-journalist in de arm om zijn eenzijdige verhaal kracht bij te zetten met camerawerk en al. Hij schrijft de beroepsverenigingen van de kunsthandelaar ‘met toestemming van de directie van de NOS’, zijn werkgever. Hij stimuleert de Australiër en een ander om klachten in te dienen. De beroepsverenigingen krijgen ongerijmde klachten te verwerken en worden voor ‘de revanche van de sportjournalist’ aan het werk gezet. De verenigingen worden ook gevolgd door het undercoverprogramma dat ten strijde zegt te trekken voor het fatsoen. Fatsoen?

De ‘klachten’ kunnen zo ook moeilijk neutraal en onpartijdig behandeld worden, terwijl de kunsthandelaar de klachten ‘ongerijmd’ vindt. Er is immers contractbreuk, uitlokking tot contractbreuk, overvaljournalistiek, valse aangifte en in klachten vermomde wraaknemingen. De zaak wordt volledig omgedraaid. De werkelijkheid op zijn kop.

Kort geding en beslagleggingen

Het wordt een rel. De verkoper kiest partij voor de bekende sportjournalist die bovendien nu iets meer wil betalen. De Australiër pleegt samen met de sportjournalist een evidente contractbreuk. De sportjournalist belooft hem de juridische kosten voor zijn rekening te nemen. Maar ook de schade? De boetes? Omdat de kunsthandelaar het schilderij graag geleverd ziet, maakt hij opnieuw een afspraak met de verkoper. Opnieuw weigert de verkoper tot levering over te gaan. De veiling maakt een verklaring op dat de kunsthandelaar de enige rechtmatige koper is en dat het samenspannen, buiten de veiling om, tussen verkoper en journalist verboden is en contractbreuk natuurlijk ook. Er volgt een beslag via de rechtbank Zutphen. Maar de deurwaarder vindt bij de huiszoeking geen schilderij in de woning van de verkoper, ‘het vogeltje is gevlogen’.  Het is zogenaamd veilig gesteld ‘bij de politie’ maar wie gelooft dat? De politie laat zich nooit voor een civiele zaak voor een karretje spannen.

‘Huisvredebreuk’ van de deurwaarder

De verkoper wordt door de sportjournalist aangespoord om aangifte te doen tegen de kunsthandelaar, omdat hij veroorzaakte ‘dat er zo bij het invallen van de avond’, zoals hij stelt, ‘door de deurwaarder huisvredebreuk is gepleegd’. Huisvredebreuk op last van de rechtbank, een novum! De aangifte komt. Maar met vele onjuistheden: de kunsthandelaar wordt beticht van fraude, criminaliteit en poging tot oplichting. Een valse aangifte – dat is een misdrijf. De verkoper en de sportjournalist maken er een sport van om de kunsthandelaar in een kwaad daglicht te plaatsen.

In een kort geding bepaalt de voorzieningenrechter dat er van uitgegaan moet worden dat er een geldige koopovereenkomst tussen verkoper en kunsthandelaar is gesloten en dat deze koopovereenkomst niet ‘buitengerechtelijk vernietigd’ verklaard kan worden door het vierminuten gesprek van de sportjournalist en de medewerker-kunsthandelaar. Het zogenaamde taxatiegesprek op 2 november 2020, vlak voor het moment dat de verkoper besluit het bod van de kunsthandelaar te aanvaarden. De voorzieningenrechter hecht met name aan het argument dat de verkoper en de kopende kunsthandelaar geen contact met elkaar hebben gehad anders dan via de bemiddelende kunstveiling. Zoals het hoort. Er volgen drie beslagleggingen, direct n.a.v. de eerder genoemde tv-uitzending van RTV Drenthe waar het schilderij zichtbaar in de woonkamer hangt, maar telkens is het schilderij niet ter plaatse – zelfs niet als politie, deurwaarder en slotenmaker ter plaatse zijn.

Waar het schilderij van Jan Altink nog te zien is in de uitzending, in zijn huis de kop van Drenthe, is het bij de beslaglegging nergens te bekennen. Hij vertelt dat het ‘terug naar de eigenaar’ is, de ‘stroman’ in Beilen, die het schilderij ook betaalde. De kunsthandelaar rijdt direct naar deze man, maar de ‘stroman’ verzekert het schilderij beslist niet te bezitten…

De beroepsverenigingen

De Federatie TMV (Taxateurs, Makelaars Veilinghouders) en de Koninklijke Vereniging Handelaren in Oude Kunst krijgen de klachten op hun bord over de kunsthandelaar, die behoort tot één van de oudste leden van de verenigingen en oud-bestuurslid is van de KVHOK. Zij krijgen van de sportjournalist de mededeling dat Alberto Stegeman straks zal monitoren. De TMV delegeert klachtbehandeling aan een speciale onafhankelijke stichting Kenniscollege Roerende Zaken (KRZ). De voorzitter van deze stichting, mr. R. Meppelink, roept een speciale ‘tuchtcommissie’ in het leven, bestaande uit drie leden. 

Terwijl de kunsthandelaar zich weert met verweerschriften en producties, vereist hij van de verenigingen een zéér zorgvuldige behandeling van de ingediende klachten. Hij waardeert TMV en KVHOK, maar stelt vragen over de tuchtcommissie. Zo verzoekt hij de arbiters van de stichting die de arbitragecommissie samenstelt om hun WA-polis, iets dat ook alle leden van de TMV sinds 2021 verplicht moeten hebben. Die geeft of heeft Stichting KRZ niet. Ook blijkt een bevriende collega één van de arbiters te zijn; dit staat onafhankelijkheid in de weg. Bovendien negeert voorzitter mr. R. Meppelink bijna stelselmatig de termijnen van het reglement. In Undercover in Nederland wordt gesteld dat de verenigingen zich bedreigd hebben gevoeld door de kunsthandelaar. Dit lijkt echter mede onder invloed van het tv-programma veroorzaakt, eerder dan door weerstand en niet-meewerken van de kunsthandelaar. 

De kunsthandelaar/taxateur hecht er aan de relatie en buitengewoon goede reputatie te benadrukken van de recent afgetreden voorzitter van het hoofdbestuur TMV, de heer mr. Paul Kerckhoffs, die hij al ruim 37 jaar kent bij de Federatie TMV. 

 

De sportjournalist die met iPhone alles filmt en roept naar politie, deurwaarder en notaris-gemachtigde: ‘Alles wordt op SBS6 uitgezonden’, 2 juli 2021.

Tot slot

Het schilderij zal uiteindelijk naar de rechtmatige koper – de kunsthandelaar – komen, al kost het wat meer. Want de geclaimde schadevergoeding uit de contractbreuk van de samenspannende heren is hoog. Er zullen nog verschillende procedures volgen die de kunsthandelaar aanspant omdat hij dit met veel vertrouwen tegemoet ziet.

Eigenlijk hoort zo’n bont avontuur niet bij fine art en goede smaak. Maar misschien wel bij Jan Altink, de veel vervalste, markante meester die de naam voor ‘de Ploeg’ bedacht. De Ploeg woelt het Groninger land om, tot in de kop van Drenthe…